Veelzijdig onderwijs

Vrijeschoolonderwijs staat voor veelzijdig onderwijs gericht op een brede en evenwichtige ontwikkeling van kinderen. Onderwijs dat het creatieve vermogen aanspreekt. Onderwijs waarbij de kinderen zelfvertrouwen en zelfkennis verwerven. En onderwijs dat de leerlingen activeert om een bijdrage te leveren aan de maatschappij en de wereld. Niet alleen met het hoofd (denken), maar ook met het hart (voelen) en handen (door te doen en ervaren). Door het aanspreken van deze drie gebieden krijgen leerlingen zicht op vragen als: wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik. Naast hoofdonderwijs zoals taal en rekenen en kennisvakken als aardrijkskunde en geschiedenis, is er ook veel aandacht voor bewegend leren, natuurbeleving, creatieve vakken, jaar- en seizoensfeesten, toneel, euritmie, wereldverhalen, mythologie en zang.

Periodeonderwijs

Het periodeonderwijs vormt de ruggengraat van de vrijeschool. Iedere schooldag begint met twee uur periodeonderwijs. Daarin staat één vak, gedurende drie weken lang centraal.
Een periode kan gaan over allerlei vakken, zoals sterrenkunde, aardrijkskunde, biologie, geschiedenis, wiskunde, Nederlands, natuurkunde of scheikunde. Daarbij wordt vaak ook vakoverstijgend en belevend gewerkt. Op deze manier kunnen de leerlingen zich echt verdiepen in een vak. De leraren bereiden zelf de lessen voor en de onderwerpen en lesdoelen zijn gericht op de ontwikkeling van de kinderen.

Kunstvakken

Het hele vrijeschoolonderwijs ademt kunstzinnigheid. Dat zit hem in een bepaalde verzorging van het schoolleven: De seizoenstafels, de jaarfeesten, de inrichting van de klassen, de prachtige muziekinstrumenten en werkmaterialen – tot en met de manier van lesgeven. De jonge mens is hier een kleine levenskunstenaar in ontwikkeling. Om dit te ondersteunen worden er wekelijks, naast het hoofdonderwijs, bijzondere kunstvakken gegeven. Muziek en toneel kom je nog wel tegen op reguliere scholen, maar vormtekenen, schilderen en euritmie zijn typische vrijeschoolse kunstvakken. Het samenspel van cognitieve, praktische en kunstzinnige activiteiten binnen uiteenlopende vakken vormt een belangrijk ingrediënt van de vrijeschoolbenadering. Het kan de moderne eisen van cognitieve competenties in gezond evenwicht brengen met een harmonieus gevoelsleven, een krachtige wil en een praktisch handelingsvermogen. De kunstzinnige vermogens worden met de dag belangrijker. In de huidige samenleving is het een uitdaging om om te gaan met alles wat onvoorspelbaar en onberekenbaar is. Oefenen in kunstzinnigheid helpt daarbij.

 

Vertelstof

De vrijeschool kent een grote verteltraditie. Oeroude mensheidsverhalen passeren de revue in sprookjes, legenden, fabels, verhalen, mythen en sagen – en tenslotte de wereldgeschiedenis. Ieder schooljaar kent zijn eigen vertelstof die een wereld van gevoelens, beelden en innerlijke ervaringen oproept – passend bij de leeftijd en de ontwikkeling van het kind. De aangeboden vertelstof staat in intiem verband met de fasen van de mensheidontwikkeling: en zo trekt de hele menselijke geschiedenis in verhaalvorm voorbij. Terwijl de leerkracht vertelt, nemen de kinderen deze grote ontwikkelingsbeelden in zich op. Er vult zich een innerlijke schatkamer, waar je als mens een leven lang uit kunt putten voor raad en daad, waarheid en troost.

Aandacht voor de natuur

De vrijeschool heeft een bijzondere aandacht voor de natuur. In een tijdperk waarin computers, smartphones en tablets een vaste plaats in de maatschappij innemen, is het des te belangrijker dat kinderen de realiteit en de rust van de natuur meekrijgen. De natuur brengt kinderen naar de essentie van het leven. In de natuur kunnen kinderen aarden, de natuur laat zien dat kracht en rust binnenin je zit en niet van buitenaf komt. De natuur kent geen veroordeling en ongelijkheid. Door te leren in en met de natuur, ervaren kinderen de kringloop van het leven en leren ze met aandacht en respect om te gaan met de aarde waarop wij leven.

 

Bronnen:
www.vrijescholen.nl
www.vrijeschool.nu
Het goud van Waldorf (boek)
wisa.today